Het APF is een échte hit, maar géén disruptie

Het Algemeen Pensioenfonds is een échte hit. Ik proef oprecht enthousiasme. Toch plaats ik bij al dat enthousiasme een paar kanttekeningen.

15 June 2016
Michiel Huisman ›

Het Algemeen Pensioenfonds (APF) baant zich regelrecht een weg naar een nummer één notering in de hitlijsten van werkgevers en pensioenfondsen. Geen wonder! De compositie van een APF is transparant en ligt bij werkgevers en pensioenfondsen makkelijk in het gehoor. De baseline is: géén garanties, dus ook geen torenhoge premies om die garanties te financieren. De bovenstem is: kostenbesparingen door schaalvoordelen. Voor pensioenfondsen komt daar nog bij dat governance en bestuur uit handen gegeven kan worden aan professionals die het APF besturen, terwijl er via een ‘belanghebbendenorgaan’ niettemin beleidsinvloed uitgeoefend kan blijven worden. Bovendien waarborgt een ‘eigen collectiviteitkring’ binnen het APF een zekere mate van behoud van eigen identiteit.

Met het oog op voorgaande, durf ik de stelling wel aan dat het tij voor het Algemeen Pensioenfonds gunstig is. Ga maar na. De toezichthouder stuurt aan op steeds minder zelfstandige pensioenfondsen (er zijn er nu nog maar 230 en dat worden er in rap tempo minder). Verzekerde (DB-)regelingen zijn voor de meeste werkgevers bij contractverlengingen onbetaalbaar. En de wetgever verbindt aan governance en bestuur dusdanige spelregels dat het pluche van bestuurszetels helemaal niet meer zo comfortabel zit als voorheen het geval was.

Een hit dus, dat APF, dat overal enthousiasme oproept. Ja, zelfs een zekere mate van gretigheid gekoppeld aan hoge verwachtingen en een gevoel van urgentie. Toch plaats ik bij al dat enthousiasme een paar kanttekeningen.

In de eerste plaats: wat gebeurt er als de liefde tussen het bestuur van een APF en de initiatiefnemers ervan bekoelt? Het bestuur kan met de voeten stemmen …?

In de tweede plaats: hoe zit het businessmodel van de initiatiefnemers, tot nu toe vooral commerciële partijen zoals verzekeraars, in elkaar? Winst maken binnen het APF behoort (wettelijk) niet tot de mogelijkheden. Is de door veel initiatiefnemers geuite verwachting dat marge gehaald wordt op vermogensbeheer niet een perverse prikkel die ertoe leidt dat het bestuur van een APF straks met het vermogensbeheer maar één kant uit kan? Namelijk richting het asset management van de initiatiefnemer(s)? Een belanghebbendenorgaan moet wel heel sterk in zijn schoenen staan om daar tegenop te boksen als dat aan de orde komt.

In de derde plaats: profiteren van schaalvoordelen in vermogensbeheer is niet zo eenvoudig en ligt minder voor de hand. Het afkopen of omzetten van reeds opgebouwde oude aanspraken zal namelijk in het arbeidsvoorwaardenoverleg in veel gevallen niet haalbaar zijn. Een regeling in het APF begint dus vaak met een klein vermogen (de nieuwe premies). En dat levert de nodige uitdagingen op voor het vermogensbeheer. Denk maar aan spreiding en mandaten. Maar ook het gebruik van derivaten zal lastig zijn. Voor de matching van het renterisico (swaps) is immers een aanzienlijk vermogen nodig. Zie bijvoorbeeld de blog van Monique Jager-Smeets.

Ten slotte is het APF géén wonderolie voor de broodnodige vernieuwingen in ons nationaal pensioenstelsel. Daarvoor is het fenomeen teveel een ‘derivaat van de oude wereld’.

Kortom: terecht enthousiasme voor het APF, maar géén disruptieve innovatie.

Schrijf een reactie

U plaatst uw reactie door direct in te loggen met LinkedIn of met een van de andere socialmedia omgevingen.

Log in met om een comment te plaatsen